ECLI:NL:RVS:2023:4044
Raad van State · 01-11-2023 · zaaknummer 202204920/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 18 mei 2020 heeft de dienst het verzoek van [appellant sub 2] om herziening van het besluit van 2 november 2019 op zijn aanvraag voor kinderopvangtoeslag over 2019, afgewezen. [appellant sub 2] heeft van 13 mei tot en met 31 augustus 2019 gebruik gemaakt van kinderopvang. Ingevolge artikel 1.6, derde lid, van de Wet kinderopvang heeft een ouder met een toeslagpartner slechts aanspraak op kinderopvangtoeslag als voldaan is aan de - cumulatieve voorwaarden - dat die partner in Nederland, een andere lidstaat of Zwitserland woont en daar werkt, studeert, een uitkering ontvangt met een bijbehorend re-integratietraject of een verplichte inburgeringscursus volgt. [appellant sub 2] en zijn echtgenote, tevens zijn toeslagpartner, hebben twee kinderen. [appellant sub 2] en de kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit en zijn echtgenote heeft de Dominicaanse nationaliteit. [appellant sub 2] woont sinds 2005 in Nederland. De kinderen zijn in juni 2017 naar hun vader in Nederland gekomen om hier naar school te gaan. De echtgenote is op 8 juli 2019 vanuit de Dominicaanse republiek naar Nederland gekomen.
Advocaten
- G. Snijders
- K.J. Kerdel
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
