ECLI:NL:RVS:2023:4024
Raad van State · 01-11-2023 · zaaknummer 202206422/1/R4
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 29 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag besloten tot invordering van een volgens het college door [appellante] verbeurde dwangsom van € 1.000,00. [appellante] exploiteert een winkel op het gebied van polyether (schuim) en matrassen aan de [locatie] te Den Haag. Bij besluit van 15 juni 2020 heeft het college [appellante] en haar vennoten een last onder dwangsom opgelegd. Hierin is [appellante] gelast om het bedrijfsafval aan te bieden in overeenstemming met artikel 14 van de Afvalstoffenverordening 2010 (hierna: de Verordening) in samenhang gelezen met artikel 11, eerste en vierde lid, van de Regeling uitvoering Afvalstoffenverordening 2010 Den Haag 2018 (hierna: de Regeling). De hoogte van de dwangsom is vastgesteld op € 1.000,00 per overtreding met een maximum van € 3.000,00. De last onder dwangsom is in rechte onaantastbaar.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
