ECLI:NL:RVS:2023:4017
Raad van State · 01-11-2023 · zaaknummer 202108113/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 3 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] is gescheiden en heeft vier kinderen, waarvan er op het moment van de aanvraag drie minderjarig waren. De moeder van de kinderen verblijft op Malta en ongeveer 7 à 10 dagen per maand in Nederland en was dus niet in staat de volledige zorg voor de kinderen op zich te nemen. [appellant] heeft geen vaste verblijfplaats en heeft een urgentieverklaring aangevraagd omdat hij een zelfstandige woning nodig heeft om samen met zijn kinderen te mogen wonen. Uit de stukken bij aanvraag blijkt dat de twee jongste kinderen onder toezicht zijn gesteld, uit huis zijn geplaatst en in een gezinshuis met meerdere pleegouders verblijven, in ieder geval zolang [appellant] niet over een woning beschikt en de moeder op Malta woont en werkt. De twee oudste dochters wonen zelfstandig van wie de oudste dochter in de voormalige echtelijke woning.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
