ECLI:NL:RVS:2023:3892
Raad van State · 25-10-2023 · zaaknummer 202107923/1/R3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 12 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen [appellant] gelast de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op te heffen door het bijgebouw op het perceel [locatie] te Groningen in oude staat terug te brengen. Op het perceel staat een woning met atelier. Voor het bouwen daarvan is in 2017 een omgevingsvergunning verleend. In januari 2020 hebben toezichthouders van de gemeente geconstateerd dat het atelier is verbouwd tot twee appartementen. Tijdens de controle verklaarde [appellant] dat hij van plan is om één appartement te verhuren/laten gebruiken door zijn dochter en de andere te verhuren aan een werkende. Volgens het college is dit in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo. Het heeft [appellant] gelast deze overtreding op te heffen. [appellant] is het hier niet mee eens.
Rechters
Advocaten
- C.S.G. de Lange
- J.K. de Vries
- P. Zoeten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
