ECLI:NL:RVS:2023:3841
Raad van State · 18-10-2023 · zaaknummer 202200771/1/R1, 202200772/1/R1 en 202200773/1/R1
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 2 maart 2021 heeft het college aan de gemeente drie lasten onder dwangsom opgelegd in verband met een overtreding van artikel 13 van de Wet bodembescherming. Deze lasten houden in dat de gemeente fysieke maatregelen dient te nemen en een onderhouds- en beheerplan dient op te stellen en na te leven. Daarnaast dient de gemeente de geconstateerde bodemverontreiniging naast de velden zoveel mogelijk ongedaan te maken. Daarmee is het verzoek van de Stichting om handhavend op te treden tegen het gebruik van rubbergranulaat als "infill-materiaal" voor drie kunstgrasvelden gedeeltelijk toegewezen en gedeeltelijk afgewezen. Op de locaties zijn sportcomplexen gevestigd met diverse voetbalvelden. De gemeente Opsterland is eigenaar en beheerder van deze complexen. De voetbalverenigingen zijn gebruikers. Op elke locatie bevindt zich één voetbalveld uitgevoerd met kunstgras, waarbij gebruik is gemaakt van rubbergranulaat als "infill-materiaal". De verzoeken van de stichting van 3 augustus 2020 om handhaving hebben betrekking op het gebruik van rubbergranulaat als "infill-materiaal" op kunstgrasvelden.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van burgemeester en wethouders van Opsterland
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Opsterland
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
