ECLI:NL:RVS:2023:3755
Raad van State · 11-10-2023 · zaaknummer 202202637/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 30 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een aanvraag van [appellante] om een parkeervergunning bewoner afgewezen en haar op de wachtlijst geplaatst voor een tweede parkeervergunning. In de wijk van [appellante] is per 1 april 2021 betaald parkeren ingevoerd. Zij heeft daarom een parkeervergunning voor bewoners aangevraagd. Het college heeft deze aanvraag afgewezen en [appellante] op de wachtlijst geplaatst voor een tweede parkeervergunning. De aanvraag voor een eerste parkeervergunning is op grond van onder meer artikel 6, vijfde lid, van de Nadere regel uitgifte parkeervergunningen en garageplaatsen 2020 gemeente Utrecht afgewezen omdat [appellante] woont op een adres dat is uitgesloten van parkeervergunningen. In haar appartementencomplex bestaat namelijk een gezamenlijke parkeervoorziening. Dat [appellante] alsnog op de wachtlijst is geplaatst voor een tweede parkeervergunning, komt door een overgangsregeling in verband met de invoering van het betaald parkeren.
Rechters
Advocaten
- K. Vaalburg
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
