ECLI:NL:RVS:2023:3133
Raad van State · 16-08-2023 · zaaknummer 202206794/1/V3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 18 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De vreemdeling heeft de Syrische nationaliteit. De staatssecretaris heeft zijn aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat volgens hem op grond van de Dublinverordening Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel is hierbij het uitgangspunt. Dat houdt het vermoeden in dat de behandeling van een vreemdeling in de aangezochte lidstaat in overeenstemming is met de bepalingen van het EU Handvest, het Vluchtelingenverdrag en het EVRM. De vreemdeling wil niet terug naar Bulgarije, omdat hij vreest dat hij na overdracht het slachtoffer wordt van een zogeheten “pushback”. Dat betekent dat hij vreest dat hij vanuit Bulgarije wordt doorgestuurd naar een derde land zonder dat hij in Bulgarije een verzoek om internationale bescherming heeft kunnen doen en zonder dat hij daar een asielprocedure heeft kunnen doorlopen.
Advocaten
- D.P.A. van Laarhoven
- M.C.M. van der Mark
- M.M. van Asperen
- S.Q. Sandifort
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
