ECLI:NL:RVS:2023:3126
Raad van State · 16-08-2023 · zaaknummer 202204767/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 23 april 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de voorschotten zorg- en kinderopvangtoeslag voor [wederpartij] over het jaar 2021 opnieuw berekend en vastgesteld op nihil. In geschil is of het besluit van 11 mei 2022 onevenredig is voor zover de Belastingdienst/Toeslagen [wederpartij] daarin geen zorgtoeslag heeft toegekend voor de periode mei tot en met november 2021. Bij besluit van 28 december 2020 heeft de Belastingdienst/Toeslagen aan [wederpartij] voorschotten zorg- en kinderopvangtoeslag toegekend voor 2021 van € 1287,00 en € 15.718,00. Op 23 april 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de voorschotten herzien en vastgesteld op nihil, omdat [wederpartij] op dat moment op grond van artikel 3, tweede lid, aanhef en onder e, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen een toeslagpartner had. Bij besluit van 11 mei 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen op grond van de bijzondere omstandigheden van het geval aanleiding gezien om de terugvorderingen van de toeslagen kwijt te schelden.
Advocaten
- E.C. Weijsenfeld
- G. Snijders
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
