ECLI:NL:RVS:2023:284
Raad van State · 25-01-2023 · zaaknummer 202200994/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij brief van 7 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk aan [appellant] medegedeeld dat het een voetpad gaat aanleggen in de berm van de Noordzijde ter hoogte van onder meer zijn woning. Aan de straatzijde van de woning van [appellant] aan de [locatie] te Bodegraven ligt een groenstrook op grond die -gedeeltelijk- zijn eigendom is. Het college wil deze groenstrook verharden om een voetpad aan te leggen. Het college heeft naar aanleiding van een telefoongesprek van [appellant] met de gemeente per e-mail aan [appellant] laten weten dat geen toestemming van hem nodig is voor het aanleggen van het voetpad. [appellant] heeft per e-mail gereageerd en gesteld dat wel toestemming van hem nodig is omdat hij de eigenaar van de grond is. Vervolgens heeft het college op 7 augustus 2020 een brief aan [appellant] gestuurd, waarin is medegedeeld dat het het voetpad in de berm gaat aanleggen en dat deze berm onderdeel is van de openbare weg.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
