ECLI:NL:RVS:2023:2687
Raad van State · 12-07-2023 · zaaknummer 202207224/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 10 februari 2022 heeft de commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven de aanvraag van [appellante] voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. [appellante] heeft op 21 september 2021 een uitkering uit het schadefonds aangevraagd omdat zij in de periode tussen 2015 en 2020 dagelijks door haar ex-partner is mishandeld. De CSG heeft de aanvraag van [appellante] bij het besluit van 10 februari 2022 afgewezen, omdat zij niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij het slachtoffer is geworden van een tegen haar opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. Bij het besluit van 1 juli 2022 heeft de CSG het hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat op grond van het beleid van de CSG een verzoek om een uitkering uit het schadefonds onderbouwd moet zijn met objectieve aanwijzingen die het aannemelijk maken dat iemand het slachtoffer is geworden van een tegen hem gepleegd opzettelijk geweldsmisdrijf.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
