ECLI:NL:RVS:2023:2672
Raad van State · 12-07-2023 · zaaknummer 202205861/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 17 maart 2022 heeft het Zorginstituut Nederland de vereveningsbijdrage voor ONVZ voor het jaar 2018 definitief vastgesteld in overeenstemming met de tweede voorlopige vaststelling van 21 september 2021. Bij besluit van 13 oktober 2017 heeft het Zorginstituut aan ONVZ - ex ante - een vereveningsbijdrage voor het jaar 2018 van € 485.045.152,00 toegekend. Nadat het Zorginstituut deze bijdrage voor de eerste maal voorlopig had vastgesteld, heeft het Zorginstituut de vereveningsbijdrage voor de tweede maal voorlopig vastgesteld op € 525.757.622,00. Het Zorginstituut heeft bij het besluit van 17 maart 2022 de vereveningsbijdrage voor ONVZ over 2018 in overeenstemming met de tweede voorlopige vaststelling - ex post - definitief vastgesteld op € 525.757.622,00. ONVZ heeft daartegen bezwaar gemaakt, omdat zij het niet eens is met de bij de definitieve vaststelling gebruikte berekeningswijze van het vereveningscriterium SES.
Advocaten
- F.P. Heijne
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
