ECLI:NL:RVS:2023:2571
Raad van State · 05-07-2023 · zaaknummer 202104585/1/R3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 15 februari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. Die houdt in dat hij uiterlijk 30 april 2019 het boothuis moet verwijderen en verwijderd moet houden op het perceel [locatie] te Reeuwijk. De last houdt verder in dat [appellant] de steiger op het perceel uiterlijk 30 april 2019 geheel moet verwijderen en verwijderd moet houden, of, als [appellant] een omgevingsvergunning aanvraagt voor de steiger van maximaal 6 m2, dan de steiger moet terugbrengen naar een omvang van 6 m2. Op 29 mei 2017, 16 november 2017 en 23 oktober 2018 heeft een toezichthouder van de gemeente een controle uitgevoerd op het perceel en geconstateerd dat het oude boothuis op het perceel is vervangen. Op 28 februari 2018 is [appellant] schriftelijk op de hoogte gesteld van de geconstateerde overtreding en in de gelegenheid gesteld om de overtreding uiterlijk binnen vier weken na dagtekening van de brief ongedaan te maken.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
