ECLI:NL:RVS:2023:2488
Raad van State · 28-06-2023 · zaaknummer 202203020/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 28 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] woont samen met haar minderjarige zoon in Westzaan. Zij heeft haar huidige woning in 2016 toegewezen gekregen op grond van een urgentieverklaring. Wegens sociaal-medische redenen heeft [appellante] opnieuw een urgentieverklaring aangevraagd. In het besluit van 17 september 2020 heeft het college [appellante] alsnog aangemerkt als urgent woningzoekende. [appellante] vindt dat het college het zoekgebied in de urgentieverklaring had moeten beperken. Deze geldt nu voor een flatwoning in Zaanstad, maar [appellante] wil een huis in Westzaan en niet elders in de gemeente Zaanstad. Dat is voor haar van groot belang wegens persoonlijke omstandigheden.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
