ECLI:NL:RVS:2023:2480
Raad van State · 28-06-2023 · zaaknummer 202204251/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 4 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] woont sinds 28 januari 2015 in een woning op de tweede etage in Den Haag. Wegens medische redenen heeft zij een urgentieverklaring aangevraagd. Ze heeft namelijk klachten aan haar linkerenkel waardoor zij moeite heeft met het traplopen en een lift ontbreekt. Door het naar boven tillen en naar beneden dragen van haar kind, een kinderwagen en de boodschappen, is haar enkel overbelast geraakt. Hierdoor komt zij nog maar weinig buiten. Het college heeft haar aanvraag om een urgentieverklaring afgewezen, omdat geen sprake is van een sociaal en/of medisch levensbedreigende of levensontwrichtende woonsituatie. Daarnaast vindt het college de situatie van [appellante] niet zo schrijnend dat de hardheidsclausule moet worden toegepast.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
