ECLI:NL:RVS:2023:2394
Raad van State · 21-06-2023 · zaaknummer 202102084/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 3 maart 2017 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de huurtoeslag en het kindgebonden budget van [appellant] over 2015 definitief berekend en vastgesteld op € 1.379,00 onderscheidenlijk € 1.757,00. [appellant] heeft een voorschot kindgebonden budget met een tegemoetkoming voor alleenstaande ouders ontvangen van € 4.807,00. Omdat gebleken is dat [appellant] in 2015 getrouwd was, heeft de Belastingdienst/Toeslagen het kindgebonden budget over 2015 definitief vastgesteld op € 1.757,00 en het bedrag van de ALO-kop van € 3.132,00, zonder dit te vermeerderen met de wettelijke rente, teruggevorderd. Daarnaast heeft [appellant] volgens de Belastingdienst/Toeslagen geen recht op huurtoeslag over de periode van 1 januari 2015 tot en met 30 april 2015. Voor de maanden mei tot en met december 2015 heeft hij daarop wel recht. Daarom heeft de dienst bij het besluit van 3 maart 2017 de huurtoeslag van [appellant] over 2015 vastgesteld op € 1.379,00 en de teveel betaalde voorschotten van € 623,00 van hem teruggevorderd.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
