ECLI:NL:RVS:2023:2239
Raad van State · 09-06-2023 · zaaknummer 202200635/2/A2
Inhoudsindicatie
Bij brief, ingekomen op 17 mei 2023, heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraden mr. C.H.M. van Altena, mr. B. Meijer en mr. W. den Ouden, als leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaak nr. 202200635/1/A2. Op verzoek van een partij kan ieder van de rechters die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Dit staat in artikel 8:15 van de Awb. [verzoeker] heeft aan zijn verzoek om wraking ten grondslag gelegd dat het onderzoek op de zitting van 8 mei 2023 volgens hem niet naar behoren is uitgevoerd. Zo wijst [verzoeker] erop dat de Afdeling op de zitting geen navraag heeft gedaan naar de achtergrond van de door hem meegebrachte deskundige. Ook heeft de Afdeling ten onrechte geen onafhankelijke deskundige ingeschakeld en in plaats daarvan slechts opgemerkt "dat de meningen van de wederzijdse deskundigen tegenstrijdig zijn, maar dat er geen gerede twijfel bestaat over de mening van de door het bestuursorgaan ingeschakelde deskundige."
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
