ECLI:NL:RVS:2023:2222
Raad van State · 07-06-2023 · zaaknummer 202105196/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 24 juli 2020 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [wederpartij] voor een Nederlands paspoort afgewezen. [wederpartij] heeft de Britse nationaliteit. Zij had tot 2017 ook de Nederlandse nationaliteit. [wederpartij] heeft van december 2007 tot en met oktober 2018 onafgebroken in Zuid-Afrika gewoond. Op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, zoals dat artikel destijds luidde, gaat het Nederlanderschap voor een meerderjarige persoon van rechtswege verloren als die persoon ook een andere nationaliteit bezit en gedurende een onafgebroken periode van 10 jaar het hoofdverblijf buiten Nederland heeft gehad. Op 30 augustus 2019 heeft [wederpartij] een aanvraag gedaan voor een Nederlands paspoort. De minister heeft de aanvraag afgewezen omdat [wederpartij] op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de RWN, het Nederlanderschap in 2017 van rechtswege heeft verloren.
Advocaten
- F.W. King
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
