ECLI:NL:RVS:2023:2104
Raad van State · 31-05-2023 · zaaknummer 202100639/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 2 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan [kinderdagverblijf] een schriftelijke aanwijzing gegeven. [kinderdagverblijf] heeft kindercentra voor dagopvang en buitenschoolse opvang geëxploiteerd op vier locaties in Utrecht. [appellant A] was bestuurder en enig aandeelhouder van [kinderdagverblijf] en [appellant B] was belast met de zakelijke leiding van [kinderdagverblijf]. Op 31 mei 2018 en 12 juni 2018 hebben toezichthouders van de Inspectie Kinderopvang van de gemeente Utrecht onderzoeken verricht op alle vier de locaties van [kinderdagverblijf]. De bevindingen van de toezichthouders zijn neergelegd in twaalf inspectierapporten. Per locatie zijn drie inspectierapporten opgesteld, waarvan twee naar aanleiding van een incidenteel onderzoek als bedoeld in artikel 1.62, vierde lid, van de Wet kinderopvang en een naar aanleiding van een nader onderzoek als bedoeld in het vijfde lid van die bepaling. De toezichthouders hebben tijdens de onderzoeken een groot aantal overtredingen geconstateerd en het college geadviseerd om te handhaven.
Rechters
Advocaten
- J. Veltman
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
