ECLI:NL:RVS:2023:1842
Raad van State · 10-05-2023 · zaaknummer 202104448/1/R3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 9 april 2019 heeft het college besloten tot invordering van een door [wederpartij] verbeurde dwangsom van € 20.000,00. [wederpartij] is eigenaar van de recreatiewoning op het perceel [locatie 1] te Moordrecht. Het college heeft bij besluit van 8 januari 2018 aan [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd. Het college heeft aan dit besluit ten grondslag gelegd dat op basis van een aantal feiten en gegevens het vermoeden bestaat dat [wederpartij] de recreatiewoning voor permanente bewoning gebruikt. Dit is volgens het college in strijd met artikel 10.5.1 van de regels van het bestemmingsplan "Moordrecht Buiten". Het college heeft [wederpartij] gelast binnen zes maanden na verzending van dit besluit het niet-recreatieve gebruik van de recreatiewoning te beëindigden en beëindigd te houden. Verder heeft het college in dit besluit bericht dat indien [wederpartij] het niet-recreatieve gebruik niet of niet geheel binnen de genoemde begunstigingstermijn beëindigd of beëindigd houdt, hij een eenmalige dwangsom van € 20.000,00 verschuldigd is. Tegen het dwangsombesluit zijn geen rechtsmiddelen aangewend, waardoor dit besluit in rechte onaantastbaar is.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
