ECLI:NL:RVS:2023:1835
Raad van State · 10-05-2023 · zaaknummer 201909165/2/A3
Inhoudsindicatie
Bij tussenuitspraak van 11 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2692, heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Renkum opgedragen om binnen zes weken na de verzending van deze tussenuitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen het gebrek in het besluit van 20 december 2018 te herstellen door een nieuw besluit te nemen. [appellant] heeft het college verzocht om intrekking van de leegstandvergunning, omdat de leegstandvergunning nadelige gevolgen heeft voor de status van zijn tijdelijke huurcontract. Het college stelde zich op het standpunt dat de geldigheid van de vergunning op 1 maart 2018 van rechtswege was verstreken omdat toen de geldigheidsduur verliep. Daarom heeft het college het verzoek van [appellant] niet inhoudelijk behandeld, maar niet-ontvankelijk verklaard. Bij het besluit op bezwaar heeft het college het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen belanghebbende is bij het verzoek.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
