ECLI:NL:RVS:2023:1809
Raad van State · 10-05-2023 · zaaknummer 202202303/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij het besluit van 6 november 2020, als gehandhaafd bij het besluit van 23 november 2020, heeft de Belastingdienst/Toeslagen de zorgtoeslag van [appellant] over 2019 definitief berekend en vastgesteld op € 1.367,00. Hierbij is uitgegaan van een gezamenlijk toetsingsinkomen van € 27.946,00. [appellant] moet hierdoor een bedrag van € 950,00 aan teveel ontvangen voorschotten zorgtoeslag terugbetalen. De rechtbank heeft allereerst overwogen dat de toepasselijke regelgeving voor de zorgtoeslag geen grondslag biedt om een inkomensbestanddeel buiten beschouwing te laten. Verder heeft de rechtbank overwogen dat de Awir geen hardheidsclausule bevat die deze mogelijkheid biedt. De rechtbank heeft geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen bij de bepaling van de draagkracht terecht het verzamelinkomen zoals dat door de belastinginspecteur in de aanslag inkomstenbelasting is vastgesteld, heeft gevolgd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
