ECLI:NL:RVS:2023:179
Raad van State · 18-01-2023 · zaaknummer 202103271/2/R1
Inhoudsindicatie
Bij tussenuitspraak van 13 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1085, heeft de Afdeling het college opgedragen om binnen 12 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit 23 september 2019 te herstellen. In de tussenuitspraak is de Afdeling tot de conclusie gekomen dat zij onvoldoende informatie heeft om te kunnen beoordelen of het gebruik door [bedrijf] van het zanddepot onder het overgangsrecht valt. Voor die beoordeling is het volgens de Afdeling nodig om vast te stellen vanaf welk moment een vergunningplicht begon te gelden voor zandopslag, wat op dat moment de geldende keur was, welke overgangsbepalingen die keur kende, op welke wijze de opslag destijds geschiedde en of het gebruik sindsdien is gewijzigd. Het besluit van 23 september 2019 bevat die toelichting niet. Daarom heeft de Afdeling het college opgedragen om het gebrek in het besluit van 23 september 2019 te herstellen. Het college heeft in de aanvullende motivering gesteld dat bij nader onderzoek is gebleken dat de activiteiten die [bedrijf] ter plaatse ontplooit al in 2017 zijn vergund.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
