ECLI:NL:RVS:2023:1735
Raad van State · 03-05-2023 · zaaknummer 202104208/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 28 augustus 2019 heeft de korpschef van politie het verzoek van [appellant] om inzage in zijn persoonsgegevens in politiedossiers gedeeltelijk afgewezen. [appellant] heeft de korpschef op grond van artikel 25, eerste lid, van de Wet politiegegevens verzocht om inzage in zijn persoonsgegevens in politiedossiers uit de periode vanaf de laatste keer dat hij inzage heeft gekregen. [appellant] doet ongeveer ieder halfjaar een verzoek om inzage. De korpschef heeft inzage geweigerd in een deel van de verzochte politiegegevens, omdat de weigeringsgrond uit artikel 27, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wpg zich tegen inzage verzet. Volgens de korpschef is de weigering een noodzakelijke en evenredige maatregel om nadelige gevolgen voor opsporingsonderzoek te vermijden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
