ECLI:NL:RVS:2023:1685
Raad van State · 03-05-2023 · zaaknummer 202203559/1/R4
Inhoudsindicatie
Bij uitspraak van 1 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2694, heeft de Afdeling het verzoek van [verzoekster] om de uitspraken van de Afdeling van 3 juni 2020 in zaak nr. 202000329/2/R4 en 11 november 2020 in zaak nr. 202000329/3/R4 te herzien, afgewezen. Bij uitspraak van 3 juni 2020 in zaak nr. 202000329/2/R4 heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoekster] tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 18 december 2019 in zaken nrs. 19/3909 en 19/5121 met toepassing van artikel 8:54 van de Awb ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 11 november 2020 in zaak nr. 202000329/3/R4 heeft de Afdeling het verzet van [verzoekster] tegen de uitspraak van 3 juni 2020 ongegrond verklaard.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
