ECLI:NL:RVS:2023:1633
Raad van State · 26-04-2023 · zaaknummer 202203685/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 2 oktober 2020 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het recht van [appellant] op huurtoeslag over 2019 definitief vastgesteld op nihil en € 2.847,00 aan te veel uitbetaalde voorschotten van hem teruggevorderd. De Belastingdienst/Toeslagen heeft het recht van [appellant] op huurtoeslag over 2019 op nihil gesteld, omdat het gezamenlijke inkomen van [appellant], zijn partner en zijn in 2019 thuiswonende zoon die is aangemerkt als medebewoner, te hoog is om huurtoeslag toe te kennen. Volgens [appellant] woonde zijn zoon thuis bij hem, omdat [appellant] een verzorgingsbehoefte heeft. Als de verzorgingsbehoefte blijkt uit een indicatiebesluit van het Centrum Indicatiestelling Zorg dan kan het inkomen van de zoon bij het bepalen van het recht van [appellant] op huurtoeslag buiten beschouwing blijven. [appellant] heeft geen indicatiebesluit van het CIZ overgelegd. Daarom heeft de Belastingdienst/Toeslagen het inkomen van de zoon niet buiten beschouwing gelaten. [appellant] is het hier niet mee eens en heeft beroep ingesteld.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
