ECLI:NL:RVS:2023:1168
Raad van State · 22-03-2023 · zaaknummer 202202492/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 19 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een last onder dwangsom aan [appellant] opgelegd vanwege overtreding van artikel 5:2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag. Een buitengewoon opsporingsambtenaar heeft bij controle op de Dekkershoek in Den Haag op 24 oktober 2018 vastgesteld dat [appellant] meer dan twee voertuigen heeft geplaatst op de weg ten behoeve van de uitoefening van het bedrijf. Dit is in strijd met artikel 5:2, eerste lid, aanhef en onder a, van de APV. Bij hercontroles op 19 november 2018 en 7 maart 2019 hebben buitengewone opsporingsambtenaren vastgesteld dat de overtreding nog steeds niet is beëindigd. Het college heeft daarom op 19 april 2019 een last onder dwangsom aan [appellant] opgelegd op grond waarvan voor elke overtreding van artikel 5:2, eerste lid, aanhef en onder a, van de APV per voertuig een dwangsom van € 500,- wordt verbeurd.
Rechters
Advocaten
- G.G. Kranendonk
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
