ECLI:NL:RVS:2023:1163
Raad van State · 22-03-2023 · zaaknummer 202106539/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 19 januari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam [appellant] een tijdelijke parkeervergunning verleend. [appellant] heeft een bewonersparkeervergunning aangevraagd voor het adres [locatie] in Amsterdam. Uit de Parkeerverordening 2013 volgt dat per adres maximaal twee bewonersvergunningen mogen worden verleend, verminderd met het aantal stallingsplaatsen waarover de bewoner van dat adres beschikt of kan beschikken. Volgens het college beschikt [appellant] al over twee stallingsplaatsen in zijn inpandige garage en op de oprit van zijn woning, zodat hij niet voor een vergunning in aanmerking komt. [appellant] heeft toch een tijdelijke parkeervergunning toegekend gekregen, omdat in een zeer korte periode betaald parkeren was ingevoerd. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de inpandige garage terecht als stallingsplaats heeft aangemerkt. [appellant] betoogt dat hij de inpandige garage altijd al als berging heeft gebruikt en deze niet als stallingsplaats is aan te merken.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
