ECLI:NL:RVS:2022:951
Raad van State · 30-03-2022 · zaaknummer 202007134/1/R3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 23 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. Bij brief van 14 december 2015 heeft het college [appellant] ervan op de hoogte gebracht dat op 20 juni 2015 buiteninspecteurs van de gemeente de recreatiewoning op het perceel hebben opgemeten. Op grond van deze metingen heeft het college vastgesteld dat de feitelijke situatie niet meer overeenkomt met de in 2004 voor de recreatiewoning vergunde situatie, omdat meerdere uitbreidingen aan de recreatiewoning zijn gerealiseerd. In de brief wordt [appellant] in de gelegenheid gesteld binnen vier weken na dagtekening van de brief aan te tonen dat de gerealiseerde uitbreidingen met toestemming van het gemeentebestuur zijn uitgevoerd, bijvoorbeeld door het overleggen van een vergunning. Nadat die termijn was verstreken, heeft het college bij brief van 13 februari 2017 [appellant] medegedeeld dat een besluit over handhaving nog moet worden genomen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
