ECLI:NL:RVS:2022:857
Raad van State · 23-03-2022 · zaaknummer 202105582/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 14 augustus 2020 heeft het college de aanvraag van [appellant] voor een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] woont met zijn vrouw en vier kinderen in Den Haag. [appellant] heeft een urgentieverklaring aangevraagd omdat zijn huidige woning volgens hem te klein is voor een gezin van zes personen. [appellant] heeft psychische klachten, die door de kleine omvang van de woning verergeren. Deze klachten zijn ontwrichtend voor hem en het gezin. De aanvraag van [appellant] wordt ondersteund door verklaringen van zijn huisarts en psycholoog. Uit de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 en de Beleidsregel urgentieverklaringen Den Haag 2019 volgen de voorwaarden om een urgentieverklaring te krijgen en de gronden waarop een urgentieverklaring geweigerd kan worden. Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat een aantal weigeringsgronden op [appellant] van toepassing zijn. Volgens het college is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
