ECLI:NL:RVS:2022:849
Raad van State · 23-03-2022 · zaaknummer 202106101/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 24 juli 2020 heeft het Bureau Financieel Toezicht (hierna: het BFT) het bezwaar van [appellant] tegen de e-mails van het BFT aan [appellant] niet ontvankelijk verklaard. [appellant] is op 31 december 2013 gedefungeerd als notaris in Arnhem. Het BFT houdt integraal toezicht op het notariaat. Op 18 december 2019 heeft [appellant] het BFT bij e-mail medegedeeld dat hij in 2013 is gedefungeerd en dat zijn ambtsopvolger is aangewezen als zijn protocolwaarnemer. Zijn ambtsopvolger is per 25 maart 2014 verder gegaan op zijn protocol. Volgens [appellant] moet er een akte overdracht protocol worden opgemaakt, binnen een maand na zijn defungeren. Hij heeft het BFT in zijn e-mail verzocht om een kopie van de akte te ontvangen, als het BFT daarover beschikt. Het BFT heeft bij e-mail van 21 april 2020 aan [appellant] laten weten dat het niet over de akte beschikt.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
