ECLI:NL:RVS:2022:840
Raad van State · 23-03-2022 · zaaknummer 202106466/1/R4
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 7 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 12 juli 2021 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een grote platgemaakte doos die op 12 juli 2021 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de Vechtstraat 26 in Den Haag. Het college stelt in het besluit van 7 augustus 2021 dat het [appellant] aanmerkt als overtreder, omdat de doos tot hem te herleiden is door middel van een daarop aangetroffen adresdrager. Volgens het college is zijn naam en/of adres in of op de doos aangetroffen. [appellant] voert aan dat zijn 16-jarige dochter, wiens naam en adres op het adreslabel op de doos staan, de doos verkeerd heeft aangeboden door hem naast de ORAC te zetten.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
