ECLI:NL:RVS:2022:762
Raad van State · 16-03-2022 · zaaknummer 202102382/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 17 september 2019 heeft de minister van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellant] om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur buiten behandeling gesteld. [appellant] heeft de minister bij brief van 5 augustus 2019 op grond van de Wob verzocht om hem het volgende te verstrekken: "Alle correspondentie en data, zowel schriftelijk als digitaal als verslagen van telefoongesprekken, van het Departement van Justitie en Veiligheid, met [appellant], sinds 23 januari 2015 tot heden." [appellant] vermeldt daarbij dat hij het verzoek doet in het kader van onderzoek naar de kwestie tussen hem en de Nederlandse Staat en dan in het bijzonder het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Het gaat daarbij om de betekenis van de brief die het College van Procureurs-Generaal aan hem heeft verzonden op 23 januari 2015. Daarin is aangegeven dat geen sprake is van onrechtmatig handelen door de Staat, met als conclusie: "Er bestaat dan ook verplichting tot schadevergoeding jegens U".
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
