ECLI:NL:RVS:2022:710
Raad van State · 09-03-2022 · zaaknummer 202101626/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 2 juli 2019 heeft de directeur toezicht primair onderwijs en kinderopvang een verzoek van [appellant] om handhaving afgewezen. Op [geboortedatum] 2011 is de dochter van [appellant], [dochter], geboren. Zij is, nadat zij samen met haar ouders van Amsterdam naar Texel is verhuisd, op 29 augustus 2016 als leerling ingeschreven bij [school A] in Den Burg (hierna: de school). Omdat [dochter] uitzonderlijk hoogbegaafd is heeft zij extra begeleiding en ondersteuning nodig. Ondanks meerdere gesprekken tussen (met name) de ouders van [dochter] en het bevoegd gezag van de school, Stichting Kopwerk, is het echter niet gelukt om samen een ontwikkelingsperspectief, zoals bedoeld in artikel 40a van de Wet op het primair onderwijs, voor [dochter] vast te stellen. Zij zijn in hun streven om voor [dochter] een passend ontwikkelingsperspectief vast te stellen gebrouilleerd geraakt.
Advocaten
- J. Bot
- J.J. Blanken
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
