ECLI:NL:RVS:2022:686
Raad van State · 09-03-2022 · zaaknummer 202102235/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 19 september 2006 heeft het dagelijks bestuur van het stadsdeel Centrum aan [appellant] een standplaatsvergunning verleend onder intrekking van de eerder verstrekte standplaatsvergunning van 1 mei 1983. [appellant] heeft in 1983 een standplaatsvergunning gekregen voor een standplaats op de openbare weg voor de verkoop van fruit, chocolade, suikerwerken en frisdranken. In 2006 heeft het dagelijks bestuur deze vergunning ingetrokken en een nieuwe vergunning verleend voor een standplaats op de openbare weg voor de verkoop van fruit, snoepwaren, frisdranken en aanverwante artikelen. [appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen deze vergunning omdat hieraan geen ontheffing of vrijstelling verbonden is van het bepaalde in de Winkeltijdenwet en de Amsterdamse winkeltijdenverordening. Deze ontheffing of vrijstelling was volgens hem wel verbonden aan de vergunning uit 1983.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
