ECLI:NL:RVS:2022:564
Raad van State · 23-02-2022 · zaaknummer 202003790/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 27 februari 2019 heeft de korpschef van politie de door hem verleende toestemming om [appellant] werkzaamheden te laten verrichten als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus, ingetrokken. De korpschef heeft op 9 mei 2018 aan New Generation Security toestemming verleend om [appellant] werkzaamheden te laten verrichten als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wpbr. Uit op ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal volgt dat [appellant] op 23 juli 2018 is aangehouden voor eenvoudige mishandeling, bedreiging en vernieling. [appellant] is op die dag in conflict geraakt met een buurman. Tijdens dit conflict is de ruit van de voordeur van de buurman gebroken. Op 29 oktober 2018 heeft het Openbaar Ministerie besloten tot het instellen van strafvervolging tegen [appellant] wegens overtreding van artikel 300, eerste lid, artikel 350, eerste lid, en artikel 258, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht en hem daartoe gedagvaard.
Advocaten
- M.J. Tunnissen
- P.J. Wattel
- R.J.G.M. Widdershoven
- Z.M. Nasir
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
