ECLI:NL:RVS:2022:500
Raad van State · 16-02-2022 · zaaknummer 201909302/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 13 augustus 2018 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het subsidiebedrag van de lerarenbeurs voor [appellante] vastgesteld op € 1.795,20 en een bedrag van € 6.916,80 van haar teruggevorderd. [appellante] heeft op 23 mei 2012 een lerarenbeurs aangevraagd voor het volgen van de premaster en de masteropleiding Onderwijswetenschappen aan de Open Universiteit (hierna: OU). De minister heeft bij besluiten van 9 juli 2012, 4 september 2013 en 15 juli 2014 subsidie verleend voor de studiejaren 2012-2013, 2013-2014 en 2014-2015 en als voorschot voor ieder studiejaar € 2.904,00 uitgekeerd. In totaal is dat een bedrag van € 8.712,00. Bij de subsidieverlening heeft de minister als voorwaarde gesteld dat [appellante] binnen drie jaar na afloop van de subsidieperiode haar studie moet hebben afgerond. Zij heeft in november 2017 en daarmee op tijd haar studie afgerond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
