ECLI:NL:RVS:2022:3989
Raad van State · 28-12-2022 · zaaknummer 202103339/1/R4 en 202200371/1/R4
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 20 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau het verzoek van [appellant] om de aan [vergunninghouder] op 25 augustus 2009 verleende milieuvergunning voor een melkrundveehouderij aan [locatie 1] in Baarle-Nassau en de op 12 april 2013 aan [vergunninghouder] voor het perceel verleende omgevingsvergunning 2e fase voor de bouw van een stal op het perceel in te trekken, afgewezen. [appellant] woont tegenover het perceel, aan [locatie 2] in Baarle-Nassau. Hij stelt hinder te ondervinden van de activiteiten die op het perceel worden verricht. Bij brief van 1 november 2018 heeft [appellant], voor zover hier van belang, verzocht om intrekking van de vergunning van 12 april 2013. Het college heeft dat verzoek afgewezen omdat het aannemelijk heeft geacht dat op korte termijn gebruik zal worden gemaakt van de vergunning. Het college heeft daarbij het belang van [vergunninghouder] bij behoud van zijn vergunning zwaarder laten wegen dan het belang van [appellant] bij intrekking van de vergunning.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
