ECLI:NL:RVS:2022:397
Raad van State · 09-02-2022 · zaaknummer 202003841/1/R3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 26 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Enschede aan [appellant A] en [appellant B] onder meer lasten onder dwangsom opgelegd om het gebruik van het perceel [locatie] in Enschede als (jeugd)zorginstelling met dag- en nachtopvang voor cliënten met een verstandelijke beperking te (laten) staken en gestaakt te (laten) houden en om niet meer dan 4 motorvoertuigen op het perceel aanwezig te hebben, hetzij gestald of voor reparatie of voor handel, en jaarlijks niet meer dan 2 motorvoertuigen te repareren of te verhandelen, waarbij de motorvoertuigen doorgaans in de vier garageboxen op het perceel gestald dienen te worden. In het voorjaar van 2017 hebben toezichthouders van de gemeente naar aanleiding van een anonieme klacht een controle uitgevoerd op het perceel [locatie]. Hierbij is geconstateerd dat op het perceel werkzaamheden plaatsvinden aan motorvoertuigen en dat in de woning zorg wordt verleend aan vier cliënten.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
