ECLI:NL:RVS:2022:3919
Raad van State · 21-12-2022 · zaaknummer 202203743/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij uitspraak van 20 november 2020 heeft de rechtbank het verzoek van [appellant] om schadevergoeding op grond van artikel 8:88, eerste lid van de Awb afgewezen. Het verzoek strekte tot veroordeling van de Sociale Verzekeringsbank tot vergoeding van schade. [appellant] is in 2007 vanuit Nederland geremigreerd naar Suriname en heeft in verband daarmee op grond van de Remigratiewet een voorziening ontvangen. Bij besluit van 26 september 2008 heeft de SVB de over de periode april 2007 tot en met augustus 2008 ten onrechte ontvangen remigratievoorziening van € 9.394,68 teruggevorderd. Bij besluit van 6 augustus 2015 heeft de SVB een verzoek van [appellant] om kwijtschelding van de openstaande remigratieschuld afgewezen. [appellant] is in oktober 2015 naar Suriname verhuisd. Bij besluit van 26 september 2016 heeft de SVB bepaald dat vanaf oktober 2016 per maand € 183,16 wordt ingehouden op haar AOW-pensioen (dit was haar gehele AOW-pensioen).
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
