ECLI:NL:RVS:2022:3887
Raad van State · 21-12-2022 · zaaknummer 202007126/1/R2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 18 februari 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg het verzoek van MOB en Leefmilieu om handhavend op te treden tegen [de veehouderij] in Puth afgewezen. [de veehouderij] exploiteert een melkveehouderij aan de [locatie] in Puth. Op 14 juni 2018 is aan de veehouderij een natuurvergunning verleend voor de exploitatie van de veehouderij met een veebestand van 200 melkkoeien en 140 stuks jongvee. MOB en Leefmilieu hebben het college verzocht om handhavend op te treden tegen de veehouderij, omdat op de bedrijfsgronden die bij de veehouderij horen vee wordt beweid en mest wordt uitgereden zonder vergunning krachtens de Wet natuurbescherming. Het college heeft het verzoek op 18 februari 2019 afgewezen omdat het weiden van vee en het bemesten van gronden op dat moment op grond van artikel 3.2.1. van de Omgevingsverordening Limburg 2014 waren vrijgesteld van de vergunningplicht.
Rechters
Advocaten
- R. Verkoijen
- R.P.M. van der Velden
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
