ECLI:NL:RVS:2022:3862
Raad van State · 21-12-2022 · zaaknummer 202102769/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 5 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad geweigerd het adres [locatie 1] te Zaandam in de basisregistratie personen te registreren als briefadres van [appellant]. Op 24 juni 2019 heeft [appellant] het college verzocht voor de periode van, voor zover van belang in hoger beroep, 16 mei 2019 tot 20 augustus 2019 het adres [locatie 1] te Zaandam als briefadres te registreren. In de aanvraag heeft hij drie adressen in Amsterdam opgegeven als adressen waar hij de komende zes maanden zou overnachten. Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat [appellant] op een van de adressen in Amsterdam zijn woonadres heeft en zich op dat adres moet inschrijven. Het college heeft het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard en heeft daarbij overwogen dat niet kan worden vastgesteld dat [appellant] op het moment van de aanvraag inwonende van Zaanstad was. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat niet kan worden vastgesteld dat [appellant] op het moment van de aanvraag inwonende van Zaanstad was en dat op deze grond de aanvraag moest worden afgewezen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
