ECLI:NL:RVS:2022:3740
Raad van State · 14-12-2022 · zaaknummer 202105771/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij twee afzonderlijke besluiten van 20 mei 2019 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een eerder aan de maatschap toegekende vergoeding voor rechtsbijstand ingetrokken en een andere aan de maatschap toegekende vergoeding herzien. Op 18 april 2016 heeft mr. B.B. van Meersbergen-Zebregs, destijds werkzaam voor de maatschap, een toevoeging aangevraagd voor het instellen van hoger beroep namens [persoon] tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 24 maart 2016. Deze zaak betreft een maatregel die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: UWV) [persoon] in het kader van de Ziektewet heeft opgelegd. Bij besluit van 22 april 2016 heeft de raad een toevoeging met het kenmerk 1HN1319 verleend op grond van zijn zogenoemde High Trust-programma. Uitgangspunt van dit programma is dat de vraag of een zaak in aanmerking komt voor een toevoeging niet langer door de raad naar aanleiding van een aanvraag om toevoeging, maar door de rechtsbijstandverlener voorafgaand aan het indienen van de aanvraag wordt beoordeeld.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
