ECLI:NL:RVS:2022:3603
Raad van State · 07-12-2022 · zaaknummer 202107628/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 17 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam geweigerd het adres [locatie 1] te Rotterdam te registeren in de basisregistratie personen als briefadres van [appellant]. [appellant] stond in de brp ingeschreven met het briefadres [locatie 2] in Rotterdam. Na een adresonderzoek heeft het college hem uitgeschreven uit de brp. Hij heeft daarna gevraagd om het adres [locatie 1] in Rotterdam als briefadres te registreren. Op het aanvraagformulier heeft hij gesteld dat hij de komende tijd op het adres verblijft en dat hij ook zijn privébezittingen daar bewaart. Hij heeft een briefadres aangevraagd omdat hij dit adres, naar eigen zeggen, van de verhuurder niet mocht laten inschrijven als woonadres. Het college heeft bij het besluit van 17 maart 2020 de aanvraag van [appellant] afgewezen, omdat het uit het aanvraagformulier heeft afgeleid dat [appellant] op het adres woont en dus een woonadres heeft. Alleen ingezetenen die geen woonadres hebben, kunnen ingeschreven worden op een briefadres. Bij het besluit van 8 juli 2020 heeft het college het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
