ECLI:NL:RVS:2022:3222
Raad van State · 09-11-2022 · zaaknummer 202106425/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 22 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellant] om aangepast leerlingenvervoer voor zijn dochter afgewezen. [appellant] heeft het college verzocht om aangepast leerlingenvervoer voor het schooljaar 2020-2021 voor zijn [dochter] van en naar het Edith Stein College in Den Haag. Hij heeft gesteld dat [dochter] door haar medische situatie niet zelf kan fietsen, afhankelijk is van anderen voor haar vervoer, haar ouders geen rijbewijs, fiets of scooter hebben en ook haar broer en zus naar het Edith Stein College gaan. Het college heeft bij het besluit van 22 september 2020 de aanvraag afgewezen met als overweging dat het Edith Stein College, dat zich op 4,37 km afstand van de woning van [appellant] bevindt, niet de dichtstbijzijnde school is als bedoeld in artikel 3 van de Verordening leerlingenvervoer gemeente Den Haag 2014. Er zijn dichterbij gelegen scholen waarbij [dochter] aangemeld had kunnen worden, die zich op 2,92 km, 3,11 km en 3,45 km afstand van de woning bevinden. Verder heeft college zich op het standpunt gesteld dat de situatie van [appellant] niet in aanmerking komt voor toepassing van de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 23 van de Verordening.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
