ECLI:NL:RVS:2022:3209
Raad van State · 09-11-2022 · zaaknummer 202101154/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 2 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring als woningzoekende afgewezen. [appellant] heeft een urgentieverklaring voor woningtoewijzing aangevraagd op 29 oktober 2019 op medische gronden. Hij lijdt aan depressie en heeft een spierziekte en geeft aan dringend te moeten verhuizen naar een appartement. Het huis met voor- en achtertuin is veel te groot voor hem om te kunnen onderhouden. De woning roept daarnaast slechte herinneringen bij hem op omdat hij daar voor zijn scheiding samen met zijn echtgenote en kind woonde. Ter onderbouwing van zijn aanvraag heeft [appellant] in bezwaar een brief van zijn huisarts en POH-GGZ, een e-mail van de GGZ van 19 september 2018, een e- mail van Trubendorffer van 5 april 2019, een e-mail van Indigo van 16 januari 2020 en foto’s overgelegd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
