ECLI:NL:RVS:2022:3158
Raad van State · 02-11-2022 · zaaknummer 202106289/1/R4
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 26 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eersel de eenmanszaak van [appellanten] onder oplegging van een dwangsom gelast om uiterlijk 31 december 2020 de vaste mest op het perceel gemeente Eersel, sectie O, nr. 631 af te voeren naar een erkend verwerker. Bij het besluit van 26 november 2020 heeft het college aan de eenmanszaak van [appellant A], met de handelsnamen [bedrijf A], [bedrijf B] en [bedrijf C], en [appellante B] een last onder dwangsom opgelegd om de meer dan 1500 m³ vaste mest op het perceel af te voeren naar een erkend verwerker. Volgens het college is de opslag van de mest in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de artikelen 2.9 en 3.48 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en de artikelen 10.1 en 10.2 van de Wet milieubeheer. [appellanten] stellen zich op het standpunt dat het college ten onrechte een last heeft opgelegd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van burgemeester en wethouders van Eersel
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Eersel
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
