Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2022:3144

Raad van State · 02-11-2022 · zaaknummer 202107992/1/V6

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 02-11-2022
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 25 mei 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellante] om haar het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. De staatsecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat hij de identiteit en nationaliteit van [appellante] niet met de vereiste zekerheid kan vaststellen. Hij heeft hiervoor als reden gegeven dat op grond van informatie uit het vreemdelingenrechtelijke dossier van [appellante] twijfel bestaat over haar identiteit en nationaliteit. De staatssecretaris heeft erop gewezen dat haar echtgenoot op 21 februari 2012 een verzoek om nareis heeft ingediend en daarbij heeft aangegeven dat [appellante] geboren is op [geboortedatum] 1985 in Lafa Isse, Somalië. [appellante] heeft echter tijdens het interview dat op 15 april 2013 in het kader van nareis is afgenomen, verklaard dat zij geboren is op [geboortedatum] 1982, in Lafa Isse, op de grens van Ethiopië en Somalië. [appellante] heeft daarnaast een paspoort overgelegd, waarin staat dat ze op [geboortedatum] 1982 is geboren in Mogadishu, Somalië. Verder heeft [appellante] tijdens het eerste gehoor op 6 september 2013 verklaard te zijn geboren op [geboortedatum] 1985. Volgens de staatssecretaris blijkt uit het rapport taalanalyse van 12 oktober 2015 dat [appellante] te herleiden is tot de spraakgemeenschap binnen Djibouti, Noord-Somalië en Ethiopië. Zij spreekt geen Amhaars zodat het niet voor de hand ligt dat zij geboren en getogen is in Ethiopië, zoals zij stelt. Omdat [appellante] meerdere afwijkende geboortedata en geboorteplaatsen heeft opgegeven, bestaat er bij de staatssecretaris twijfel over haar identiteit en nationaliteit. De staatssecretaris heeft daarnaast opgemerkt dat [appellante] mogelijk ook niet voldoet aan het vereiste van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, omdat haar verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bij besluit van 3 november 2016 met terugwerkende kracht is ingetrokken tot 6 september 2013.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [appellante]

    appellante · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.