ECLI:NL:RVS:2022:3086
Raad van State · 26-10-2022 · zaaknummer 202101600/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 13 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht de aanvraag van [appellanten] van een splitsingsvergunning afgewezen. [appellanten] zijn gezamenlijk eigenaar van het pand op het adres [locatie 1] en [locatie 2] in Utrecht. Zij hebben op 11 januari 2016 de benedenverdieping van het pand verkocht aan [partij]. Omdat [appellanten] een splitsingsvergunning nodig hadden om tot levering van de benedenverdieping te kunnen overgaan, hebben zij bij het college een splitsingsvergunning aangevraagd. Het college heeft de aanvraag bij besluit van 13 april 2018 afgewezen op grond van de weigeringsgrond uit artikel 4.2.4, aanhef en onder c, van de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2015, omdat de toestand van het gebouw zich volgens het college verzet tegen splitsing in twee appartementsrechten.
Rechters
Advocaten
- J.W. Adriaanse
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
