ECLI:NL:RVS:2022:3073
Raad van State · 26-10-2022 · zaaknummer 202102479/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 18 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring als woningzoekende afgewezen. [appellante] woonde ten tijde van de aanvraag met haar twee minderjarige kinderen in een gehuurde kamer. Zij heeft bij het college een urgentieverklaring aangevraagd omdat sprake was van een stressvolle woonsituatie en van dreigende dakloosheid met de zorg voor minderjarige kinderen. De kinderen moesten van de kamerverhuurder in de kamer blijven en mochten geen lawaai maken. De kamerverhuurder wilde de verhuur van de kamer beëindigen omdat die was bedoeld voor één persoon en zij daar met zijn drieën woonden. Dat had hij ten tijde van de procedure in beroep overigens nog niet gedaan. [appellante] en haar kinderen woonden daar toen nog steeds.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
