ECLI:NL:RVS:2022:307
Raad van State · 02-02-2022 · zaaknummer 202003084/6/R1
Inhoudsindicatie
In de tussenuitspraak heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Uitgeest opgedragen om met inachtneming van overweging 13.2 het gebrek in het besluit van 6 mei 2020, voor zover het college daarin de locatie U216 heeft aangewezen als clusterlocatie voor het plaatsen van 10 rolcontainers ten behoeve van huishoudelijk afval, te herstellen door ofwel het besluit van 6 mei 2020 alsnog deugdelijk motiveren, dan wel een ander besluit nemen. De Afdeling is er daarbij van uit gegaan dat het college alsnog met [appellante], die heeft aangegeven te kunnen instemmen met 7 in plaats van 10 rolcontainers op locatie U216, en andere buurtbewoners in overleg zou treden om te bezien of tot een aanvaardbare oplossing kan worden gekomen. De Afdeling heeft onder 13.2 van de tussenuitspraak overwogen dat het college in het besluit van 6 mei 2020 onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe het in de straat De Bakker tot de gekozen verdeling is gekomen van het aantal rolcontainers per clusterplaats.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van Uitgeest
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Uitgeest
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
